Samenwerking aanpak

De huidige ontstane cultuur waarin jongeren en jongvolwassenen gebruik van alcohol en/of drugs normaal zijn gaan vinden is verontrustend. Met de toename van het (gecombineerd) gebruik alsmede de steeds hogere hoeveelheid werkzame stoffen in drugs zijn ook de gezondheidsrisico’s toegenomen. Gezondheidsrisico’s die niet altijd worden gezien door de gebruiker.
Het boek “Puberbrein” beschrijft dat ons brein tot het 24ste levensjaar in ontwikkeling is. Uit tal van onderzoeken blijkt dat alles wat er aan alcohol en psychoactieve stoffen voor dat levensjaar in het brein terecht komt, desastreuze en vaak onomkeerbare schade aanbrengt. Het is niet voor niets dat Novadic-Kentron, instelling voor verslavingszorg in Noord-Brabant de slogan hanteert:

HET GEBRUIKEN VAN ALCOHOL EN DRUGS IS NOOIT ZONDER RISICO’S!!

Jongeren en middelengebruik
Jongeren van 12 tot 25 jaar maken allemaal vroeg of laat een periode door waarin zij direct of indirect in contact komen met alcohol, drugs en gokken. Jongeren onderzoeken in de adolescentiefase namelijk hun wereld in al haar mogelijkheden. Daarbij overschrijden ze vaak de door ouders en volwassenen vertrouwde en overzichtelijke situatie. Over het algemeen roept gebruik van genotmiddelen door jongeren in de omgeving zorg op, maar vaak ook reacties die kunnen variëren van schrik tot onwetendheid over hoe dit te hanteren. Voor de directe omgeving is het belangrijk dat zij in staat is om vroegtijdig te kunnen signaleren en een positieve invloed uit te oefenen daar waar dat nodig is. Het gaat daarbij om een balans tussen het kunnen bespreken en het kunnen begrenzen.
Voor de meeste jongeren geldt dat het bij experimenteren blijft en dat ze na de puberteit stoppen of “leren omgaan” met middelen. Een klein deel van de jongeren raakt al tijdens de adolescentiefase in de problemen ten gevolge van het middelengebruik. Gebruik van alcohol en/of andere drugs brengt dan negatieve gevolgen met zich mee in lichamelijk, geestelijk en/of sociaal opzicht.
Het experimenteren met genotmiddelen neemt toe, niet alleen in Nederland, maar ook in omringende Europese landen. Aan de trend dat de gemiddelde startleeftijd waarop jongeren beginnen met het drinken van alcohol of het roken van een jointje daalt, lijkt een einde gekomen. Onderzoek uitgevoerd in 2011 wees nog uit dat Nederlands jongeren van 15 en 16 jaar oud tot de grootste drinkers van Europa horen (Nationale Drug Monitor 2015). Echter, uit de rapportage “Jeugd en riskant gedrag 2015. Kerngegevens uit het Peilstation onderzoek Scholieren” blijkt dat het gebruik van alcohol onder jongeren in de afgelopen maand daalde van 38% in 2011 naar 26% in 2015. Voor het eerst is er ook
bij 16-jarigen sprake van minder alcoholgebruik, dronkenschap en binge drinken.

Uitgaansdrugs
Uit het “Het Grote Uitgaansonderzoek 2013” van het Trimbos-instituut blijkt dat 61% van de frequente bezoekers van party’s, festivals en clubs recent ecstasy gebruikte. Van deze 61% gebruikte 58% een paar keer per jaar, 28% maandelijks, 12% paar keer per maand en 2% vaker dan een paar keer per maand.
In 2015 verschijnt het “Strategische Verkenning Uitgaansdrugs” waarin geconcludeerd wordt dat het druggebruik onder jongeren “genormaliseerd” is. Echter, cijfers die een landelijke stijging van het gebruik van uitgaansdrugs kunnen onderschrijven zijn momenteel niet beschikbaar.
Niet alleen de prevalentie van drugsgebruik onder jongeren lijkt veranderd te zijn de afgelopen jaren, maar ook de wijze waarop jongeren over het gebruik van uitgaansdrugs spreken lijkt te zijn veranderd. Het taboe om het eigen drugsgebruik te bespreken is sterk verminderd en ook het taboe om zichtbaar onder invloed te zijn van middelen lijkt steeds minder groot te zijn.

Daarnaast zorgen de 3 B’s (drugs zijn beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar, dit geldt in het bijzonder voor ecstasy) voor weinig belemmeringen om drugs aan te schaffen. Een opmerking die onder zowel jongeren als experts naar voren kwam was dat alcohol relatief duur is en dat jongeren met één of enkele pillen van een paar euro een leuke avond kunnen hebben. Verder kennen de meeste jongeren die geïnteresseerd zijn in drugsgebruik ook wel iemand bij wie ze drugs kunnen kopen en is de on-line-drugs-verkoop op het internet nog steeds groeiende.
Het is bekend dat zowel betaalbaarheid als beschikbaarheid een belangrijke rol spelen bij de prevalentie van drugsgebruik.
Een aantal veelgenoemde verklaringen voor het gebruik van uitgaansdrugs in de huidige generatie zijn:

  • Uitgaansdrugs worden gebruikt om te ontsnappen aan de hoge maatschappelijke druk om te presteren in de huidige maatschappij.
  • Jongeren stellen volwassen worden steeds langer uit (later samenwonen, later beginnen met kinderen) en hebben langer de tijd om te feesten.
  • Het gebruik van uitgaansdrugs hoort bij dancefestivals, daar zijn er momenteel veel van.
  • Jongeren zijn te weinig geïnformeerd over de gevaren van uitgaansdrugs en zien ze als
    onschuldige middelen.
  • Alles in het leven moet tegenwoordig een beleving zijn. Uitgaansdrugs vormen daarvoor een geschikt middel.
  • Ouders zijn te veel vriend geweest voor hun kinderen en te weinig opvoeder. Hierdoor hebben ze te weinig regels gesteld. Daarnaast hebben ze de informatie niet (kennis) om het onderwerp alcohol/drugs gebruik bespreekbaar te maken met hun kind.
  • Internet heeft ervoor gezorgd dat jongeren gemakkelijk informatie kunnen vinden en uitwisselen over drugs. De drempel om uitgaansdrugs te gebruiken is hierdoor lager geworden. Het is aannemelijk dat deze ontwikkelingen mede verklaringen bieden voor een (mogelijke) toename van het gebruik van uitgaansdrugs en de wijze waarop jongeren tegenwoordig met uitgaansdrugs omgaan.

Drug, set en setting
Uitgaande van de theorie van Zinberg is bij de populariteit van drugsgebruik sprake van een samenspel tussen ‘drug’, ‘set’ en ‘setting’.
‘Drug’ heeft betrekking op de specifieke eigenschappen van een drug (waaronder verslavingsrisico) en de effecten (bijvoorbeeld verdovend of opwekkend).
‘Set’ staat voor de kenmerken van de gebruikers (onder andere leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding, werkend/ werkloos, vrijetijdsbesteding, solisten versus socializers en motieven voor gebruik).
‘Setting’ slaat op de fysieke en sociale omgeving waarbinnen het gebruik plaatsvindt. Gaat het om een gesloten of open gemeenschap (met andere woorden: vormen zij een voedingsbodem voor verspreiding)? Zijn er bepaalde jongerenculturen (bijvoorbeeld rondhangen op straat) en/of gebruikstradities (bijvoorbeeld dronkenschap)? Wat is de doelstelling van het gebruik? Als de setting een uitgaanslocatie is dan zal de doelstelling anders zijn dan bijvoorbeeld op een hangplek of bij iemand thuis.

Hoe verder? Wat gaan wij doen? Wie doet wat?
Novadic-Kentron werkt volgens de richtlijnen die onze staatssecretaris van Rijn in zijn beleidsbrief Drugs beschreven heeft.
Dat kunnen wij niet alleen, maar wel in samenwerking met iedereen die een verandering ook noodzakelijk vind. Die willen wij ondersteunen, daar willen wij mee samenwerken. Het is niet voor niets dat “ervaringskennis en ervaringskunde” een belangrijk onderdeel is in onze methodische aanpak en burgerinitiatieven door ons worden verwelkomt. Laten wij vooral elkaar ondersteunen en bouwen aan die verandering voor een “gezonde” toekomst.

Charles Dorpmans, coordinator DIMS (Drugs Informatie & Monitoring Systeem)
Kentra preventie, Novadic-Kentron

In de bijlage leest u meer over de integrale aanpak Noord-Brabant